Lees meer over de historie van het pand en de ontstaansgeschiedenis van de herberg.

“Op de duin”
In de zeventiende en achttiende eeuw noemde men het centrum van Hollum “op de duin”. Als hoogst gelegen deel werd dit in de middeleeuwen als eerste deel bebouwd. Nog niet beschermd door dijken stonden bij hoge stormvloeden de lager gelegen delen van het dorp geregeld onder water. Hollum was in die tijd dankzij de bloeitijd van de handels- en walvisvaart, een druk en belangrijk dorp. Bovendien liep de handelsvaartroute naar Amsterdam langs het eiland. Op de Ree was het dan ook een komen en gaan van schepen. De wereld kwam er binnen en bracht welvaart in Hollum. De molenaars, bakkers, slagers en bierbrouwers handelden in scheepsproviand en in de vele openbare drinklokaaltjes konden de zeelui hun gelag halen. Midden in het dorp op de duin stond het deftige Heerenlogement voor de goede luyden, in de volksmond “De nieuwe Herberg” genoemd.

In de kroniek
Rond 1780 vermeldden de Kronieken van Friesland over Hollum: “Ten noorden strekt het dorp zich uit in twee schoone breede straaten met schaduwrijke bomen en huizen gebouwd in een rechte lijn. Dees twee straten, de Oosterlaan en de Buuren, eindigden in een dwarsstraat met een menigte van min aanzienlijke en als door elkaar gebouwde huizen alwaar men teffens een schoone herberg vindt. Gebouwd door eenen burger Johannes Tjalling Swart ten gerieve van de kooplieden, die hier bij gelegenheid van aanzienlijke verkopingen van gestrande goederen, van alle kanten samenvloeien.”

Een deftige herberg
Johannes Tjalling Swart was ’n notabele ingezetene van Hollum. Hij was meesterbakker en woonde met zijn vrouw Aartke Pieters in de bakkerij op de duin. Hollum werd bestuurd door een twaalfraad waarin Johannes ook een zetel had. In 1772 liet hij het deftige Heerenlogement bouwen. Zijn tijdgenoot, de Amelander geschiedschrijver Cornelis Sorgdrager, omschreef het gebouw als volgt in zijn dagboek: “Een deftige Herberg, zijnde een dwarshuis. Met blauwe steen opgaande stoep. Breed vijf herbergramen zijnde het huis, beneden voorzien van twee ruime benedenkamers, een keuken met fornuis en regenwaterbak. Die nog steeds in zicht is voor de bar. Ruime kelder. Tevens twee royale bovenkamers. Alle kamers voorzien van één of meer bedsteden”. Johannes Swart bouwde zijn Heerenlogement op de fundamenten van een vroegere herberg, De Rode Leeuw. Men weet dat omdat in de oude documenten van koop en verkoop uit die tijd staat vermeld dat deze herberg in 1648 door een bierbrouwer uit Nes werd verkocht aan de Hollumer herbergier Piebe Reyntjes.

De Heerskamer
De nieuwe Herberg van Johannes Swart had een klassieke bouwstijl; een herenhuis opgebouwd uit vijf traveeën. Het is een dwarshuis waaruit valt af te leiden dat de oorspronkelijke bouw (de Rode Leeuw) middeleeuws is geweest. Het interieur was in Rococostijl, een achttiende-eeuwse modestijl die gebruikelijk was voor herenhuizen. De linker benedenkamer was de Heerenkamer, of zoals op Ameland werd gezegd, de Heerskamer. Het was de deftigste kamer van het logement en is tot op heden nog steeds als zodoende de bekijken en gebruiken. De Heerskamer is een prachtig voorbeeld van de sobere Noord-Nederlandse Rococostijl, ook wel boerenrococo genoemd. Voor de inwoners van Hollum had de Heerskamer een belangrijke functie, er werd zitting gehouden door de notaris en de dokter. En als de heren van de Bank van Lening naar Ameland kwamen hadden ook zij zitting in de Heerskamer. Tijdens de tweede wereldoorlog was de Herberg geconfisqueerd door de Duitsers. De Heerskamer wed de werkkamer van de commandant. Helaas is het interieur tijdens deze belegering enigszins veranderd. Van de bedsteden weden archiefkasten gemaakt die zowel aan de voor- als aan de achterkant geopend konden worden. In de deuren werden raampjes gemaakt.

Herberg ‘De Zwaan’
In de loop van de geschiedenis heeft de herberg menig kastelein en herbergier gekend. In de tweede helft van de negentiende eeuw kwamen de eerste badgasten naar Ameland en kreeg het Heerenlogement op de duin zijn naam: Herberg de Zwaan. Een naam die in de neoromantische stroming van die tijd schoonheid, reinheid en kracht symboliseerde. Na de oorlog werd in Hollum een commissie samengesteld voor de naamgeving van de straten. Het plein voor Herberg de Zwaan werd het Zwaneplein. De straat tegenover de herberg werd de Johannes Bakkerstraat, genoemd naar Johannes Tjalling Swart die hier zijn bakkerij had. Een indrukwekkende rij gegoede luyden (van koninklijke bloede) heeft in de loop van de tijd Herberg de Zwaan aan het Zwaneplein met een bezoek vereerd. Dat begon in 1881 met Koning Willem de Derde die naar Ameland kwam voor de inwerkstelling van de vuurtoren. Vele van zijn Koninklijke familieleden zouden volgen.